Ucall-bijeenkomst met gastspreker prof. Carl Cronos op 6 september 2018

Graag attenderen wij jullie op de volgende Ucall-bijeenkomst verzorgd door Elbert samen met gastspreker prof. Carl Cronos, op donderdag 6 september 2018 van 12:00 tot 14:00 in zaal 4a 24/30. Hij is Distinguished Professor of Philosophy aan University of California, Riverside. Zijn expertise richt zich in het bijzonder op het beoordelen van (natuur)wetenschappelijk bewijs door regelgevers en rechters, in het bijzonder bij de regulering van (mogelijk) schadelijke stoffen en in toxic torts claims. Cranor’s werk (de boeken Toxic Torts & Legally Poisoned, beide OUP zijn aanraders) is met name bekend omdat hij aantoont dat rechters in de VS veelal een verkeerd beeld hebben van wat als valide wetenschappelijk redeneren en bewijs heeft te gelden, met als gevolg dat wetenschappelijk valide inzichten juridisch worden gediskwalificeerd. Hij richt zich op vragen als; hoe indringend moet wetenschappelijke bewijs door de rechter worden beoordeeld alvorens daar juridische waarde aan wordt gehecht? Moet de rechter überhaupt op de stoel van de wetenschapper gaan zitten? Zijn er bruikbare gezichtspunten vast te stellen aan de hand waarvan kan worden bepaald wat te gelden heeft als valide bewijs, en wat niet? Hanteren rechters een juiste redeneerstijl bij het beoordelen van wetenschappelijk bewijs? Een voorbeeld ten aanzien van deze laatste vraag: in de Amerikaanse rechtspraak wordt er de voorkeur aangehecht om een slicing and dicing approach te hanteren. Daarbij wordt ieder bewijsstuk afzonderlijk en in absolute zin op zijn waarde beoordeeld. Er wordt gekeken of en in hoeverre een specifiek bewijsmiddel de conclusie rechtvaardigt dat er een causaal verband is. De waardering van een bewijsmiddel spitst zich toe op de directe waarde van de afzonderlijke bewijsstukken. Een (hoge dosis) proefdierstudie zal ingevolge deze benadering in beginsel als onbetrouwbaar en wetenschappelijk niet-valide worden gezien, terwijl epidemiologisch bewijs (bewijs van effecten op mensen) eerder als betrouwbaar wordt gezien. Wetenschapsfilosofen en toxicologen wijzen deze benadering ten zeerste af. Zij, zo betoogt Cranor, geven de voorkeur aan de weight of evidence approach, waarbij de bewijsmiddelen in samenhang en op hun relatieve waarde worden beoordeeld. Onder deze benadering worden bewijsmiddelen ten opzichte van elkaar beoordeeld en is de vraag in hoeverre het geheel van de beschikbare bewijsmiddelen de conclusie van het bestaan van causaliteit, indirect of direct, ondersteunt. Ook indirect bewijs is relevant en op voorhand worden geen bewijsmiddelen uitgesloten. Bewijsmiddelen worden daarmee niet zozeer op hun (on)betrouwbaarheid beoordeeld, als wel op hun relatieve sterkte. Dit betekent bijvoorbeeld dat een hoge dosis proefdierstudie wél als relevant en valide kan worden gezien, maar als minder sterk bewijs zal worden beoordeeld.

 
Delen: